OBESITAS:

meer dan alleen overgewicht

Er is een groot verschil tussen een paar kilo willen afvallen en obesitas hebben. Hoog tijd om te duiken in een wereldwijd groeiend probleem.

Veel mensen denken bij obesitas vooral aan ‘te zwaar zijn’. Maar obesitas is geen kwestie van gewicht verliezen door ‘gewoon wat minder te eten’. Obesitas, een ernstige vorm van overgewicht, is een chronische ziekte die invloed heeft op je hele lichaam en je gezondheid.

Over de Body Mass Index

Om de gezondheid van je gewicht te bepalen, kijken zorgverleners onder andere naar de BMI (Body Mass Index) van een persoon. Bij een BMI van 25 is er sprake van overgewicht, bij een BMI van 30 of hoger spreken we van obesitas. Maar deze cijfers vertellen niet het hele verhaal. Mannen hebben vaak een grotere spiermassa en vrouwen hebben van nature weer een hoger percentage lichaamsvet. Het is daarom goed om bij het (laten) berekenen van je BMI ook andere zaken mee te nemen, zoals leeftijd, geslacht, spiermassa, buikomtrek of andere ziekten en klachten (comorbiditeiten) die met de gezondheid van je gewicht samenhangen.

Bereken je BMI in stappen:

BMI-categorieën volgens de World Health Organisation (WHO)

BMI-waarde

Minder dan 18,5

18,5 - 24,9

25,0 - 29,9

30,0 - 34,9

35,0 - 39,9

40,0 of hoger

Categorie

Ondergewicht

Gezond gewicht

Overgewicht

Obesitas klasse I

Obesitas klasse II

Obesitas klasse III

Gezondheidsrisico

Verhoogd risico

Laag risico

Licht verhoogd risico

Matig verhoogd risico

Sterk verhoogd risico

Zeer sterk verhoogd risico

Ziek vetweefsel

Bij mensen met obesitas wordt er te veel vet in het lichaam opgeslagen en ontstaan er gezondheidsrisico’s. Dit komt door de totale hoeveelheid vet in het lichaam én de manier waarop het vet door je lichaam wordt verdeeld. Vetweefsel leeft, het is een orgaan dat stoffen en hormonen aanmaakt. Als we meer eten dan ons lichaam nodig heeft, dan slaan vetcellen de extra energie op.

Je kunt vetcellen vergelijken met kleine ballonnen: ze zetten uit als er meer vet wordt opgeslagen en krimpen weer als het lichaam energie nodig heeft. Raken die vetcellen te vol, dan kunnen ze niet alles meer goed opslaan. Vet gaat dan rondzwerven en hoopt zich dan ook op rond organen zoals het hart en de lever. Overvolle vetcellen zijn ongezonde vetcellen. Ze maken stofjes aan die ontstekingen veroorzaken in het vetweefsel. Die ontstekingen merk je vaak niet meteen, maar kunnen op lange termijn wel schade geven aan het lichaam.

Verstoring in hormoonsysteem

Obesitas kan ook de signaalfunctie van hormonen verstoren die het hongergevoel en een verzadigd gevoel regelen. In de darmen worden hormonen aangemaakt die normaal aan de hersenen doorgeven dat je genoeg hebt gegeten. Bij obesitas werken die signalen soms minder goed. Daardoor kun je sneller weer trek krijgen of minder goed een verzadigd gevoel hebben. Ook de balans van hormonen die invloed hebben op de bloedsuiker en vetopslag kan verstoord raken. Dat maakt afvallen vaak extra moeilijk. Het aankomen en afvallen (het jojo-effect) is dus een veelvoorkomend en frustrerend probleem bij mensen met obesitas.

Oorzaken groei overgewicht

Hoe kan het nou toch dat het aantal mensen met matig en ernstig overgewicht zo is gestegen? Zijn we dan echt anders gaan leven met zijn allen? Het antwoord is eigenlijk heel simpel, maar ook confronterend: ja. Obesitas ontstaat echter meestal niet door één oorzaak. Vaak gaat het om een combinatie van factoren.

Sinds de jaren tachtig is onze maatschappij behoorlijk veranderd. Computers en smartphones hebben ons leven een stuk gemakkelijker gemaakt. Veel werk gebeurt zittend. Daarna stappen we in de auto of ploffen we thuis op de bank. Bewegen schiet er daardoor makkelijk bij in, zeker in combinatie met werk, gezin of mantelzorg.

Omgeving, stress en slaap

Naast minder beweging, zijn we meer gaan eten. We leven in een omgeving waar altijd en overal eten beschikbaar is. Veel producten bevatten veel suiker, zout en vet, terwijl ze nauwelijks een verzadigd gevoel geven. Denk aan snacks, frisdrank en kant-en-klare maaltijden. Omdat voedsel altijd beschikbaar is, eten mensen minder bewust en meer uit gewoonte, stress of vermoeidheid. Daarnaast kan langdurige stress zorgen voor meer eetlust en extra vetopslag rond de buik. Slecht slapen heeft ook invloed: mensen die te weinig slapen krijgen vaker trek in calorierijk eten en hebben minder energie om te bewegen.

A person enjoys chips from a bowl and drinks soda while relaxing on a couch.

De invloed van erfelijkheid en ouderdom

Erfelijkheid speelt ook een rol bij het al dan niet hebben van een gezond gewicht. De één heeft nou eenmaal meer aanleg om aan te komen dan de ander. Genen kunnen invloed hebben op je stofwisseling, eetlust en vetopslag. Net als ouderdom: naarmate je ouder wordt neemt je spiermassa af, veranderen je hormonen, verbruikt je lichaam minder energie en kun je meer stress ervaren. Na je veertigste wordt afvallen ineens een stuk lastiger. En wat dacht je van al die hormonen die door je lijf gieren als je zwanger bent, in de overgang zit of als gevolg van andere ziekten of medicatie? Hieruit blijkt wel: afvallen kan voor de één veel moeilijker zijn dan voor de ander.

Fysieke en mentale gevolgen van obesitas

Mensen met obesitas hebben vaak meer moeite met bewegen, slapen en/of ademhalen. En doordat obesitas de balans in je lichaam verstoort, neemt de kans toe op gezondheidsproblemen zoals een hoge bloeddruk, diabetes, hart- vaatziekten, gewrichtsklachten, slaapapneu, vermoeidheid en depressie.

Naast fysieke gezondheidsproblemen heeft obesitas ook invloed op het zelfvertrouwen en de mentale gezondheid. Mensen met overgewicht kunnen te maken krijgen met vooroordelen. Ze voelen zich nagekeken, uitgelachen of horen dat ze 'gewoon meer discipline' moeten hebben. Veel mensen met obesitas kampen met schaamte en schuldgevoel, wat weer kan leiden tot eten als troost. De kans om in een vicieuze cirkel terecht te komen is groot. Het is daarom goed om te beseffen dat obesitas een chronische ziekte is waar levenslang aandacht voor nodig is.

Waarom diëten vaak niet werken

Vaak hebben mensen met obesitas al meerdere diëten geprobeerd. Soms vallen ze eerst af, maar later komen de kilo’s terug. Dat is niet vreemd, want als je streng gaat lijnen ziet je lichaam dat als een periode van schaarste. Het gaat zuiniger om met energie en probeert vetreserves vast te houden. Bovendien neemt de honger vaak toe. Daardoor ontstaat een jojo-effect: afvallen, aankomen, opnieuw beginnen.

A person in blue jeans and slip-on shoes ascends a modern white staircase.

Obesitas tegengaan en voorkomen

Extreme diëten en (tijdelijk) minder eten werken meestal niet op de lange termijn. Je kunt beter je eet- en leefstijl definitief veranderen. Maar dat is niet gemakkelijk! Bedenk dat kleine, haalbare veranderingen vaak meer resultaat geven. Kies voor vaste gewoontes die je kunt volhouden, want zo houd je je gewicht beter stabiel. Dat geeft rust en heeft op de lange termijn meer effect. Het gaat niet om perfect zijn, maar om volhouden, elke dag. Zo bouw je stap voor stap een gezonder patroon op in je dagelijks leven. Begin klein: elke stap telt.

Zoek hulp en ondersteuning

Eten heeft vaak ook een emotionele kant. Sommige mensen eten uit stress, verdriet of verveling. Een psycholoog of coach kan helpen om patronen te herkennen en te doorbreken. Ook is extra hulp beschikbaar. Denk aan begeleiding door een diëtist, leefstijlcoach of arts. Er zijn tegenwoordig ook diverse medische behandelingen mogelijk die helpen bij gewichtsverlies. Welke behandeling geschikt is, hangt af van je gezondheid, je gewicht en je persoonlijke situatie. Een zorgverlener kan samen kijken naar de oorzaken, de gezondheid en een behandeling die passend is.

Waarom maatwerk zo belangrijk is

Obesitas is een complexe, chronische ziekte waar iemand niet zomaar van afkomt. Het lichaam is uit balans, werkt anders en verzet zich zelfs tegen gewichtsverlies, waardoor afvallen extra moeilijk is. De behandeling van obesitas verschilt per persoon. Wat voor de één werkt, helpt de ander misschien niet. Daarom is maatwerk zo belangrijk, net als de begeleiding van een zorgverlener. Op zoek gaan naar hulp is een belangrijke eerste stap: je hoeft het niet alleen te doen.